|







| |
|
Oorspronkelijke titel |
|
Les Contes d'Hoffmann |
| Nederlandse titel |
|
Hoffmanns Vertellingen |
| Componist |
|
Jacques Offenbach (1819 - 1880) |
| Tekstdichter |
|
Jules Barbier (1825 - 1901) |
| Vertaling |
|
Joop C.G. Fransen |
| Genre |
|
Opera in vier
bedrijven, vijf taferelen |
| Première |
|
10 februari 1881, Théâtre de l'Opera-Comique,
Parijs |
| Tijd van handeling |
|
Omstreeks 1800. |
| Plaats van handeling |
|
- In de bierkelder van kastelein Lutter te Berlijn.
- (de Olympia-acte) In het huis van de natuurkundige
Spalanzani.
- (de Antonia-acte) In het huis van Krespel, te München.
- 1e tafereel: (de Giulietta-acte) In een
Venetiaans palazzo
2e tafereel: zelfde decor als het eerste bedrijf.
|
| Belangrijkste rollen |
|
| Olympia |
sopraan |
| Giulietta |
sopraan |
| Antonia |
sopraan |
| Niklaus |
mezzo-sopraan |
| Een stem |
mezzo-sopraan |
| Hoffmann |
tenor |
| Spalanzani |
tenor |
| Cochenille |
tenor |
| Pitichinaccio |
tenor |
| Lindorf |
bas of bariton |
| Coppelius |
bas of bariton |
| Dapertutto |
bas of bariton |
| Dokter Mirakel |
bas of bariton |
|
| Kooraandeel |
|
Flink kooraandeel, alleen de (niet
lange) Antonia-acte bevat geen koor. |
| Orkestbezetting |
|
2 fluit, 2
hobo, 2 klarinet, 2 fagot, 4 hoorn, 2 trompet, 3 trombone, 1 harp, pauken en slagwerk, strijkers. |
| Bijzondere eisen |
|
Groot orkest, inclusief harp; veel solisten.
|
| Partituur en
orkestmateriaal |
|
Leverbaar. |
| Moeilijkheidsgraad |
|
De rol van Hoffmann stelt bijzonder hoge
eisen aan de zanger. De rollen van Olympia, Antonia, Giulietta en Stella
kunnen, overeenkomstig de oorspronkelijke bedoeling van de componist, door
één zangeres worden vertolkt. Ook de vier duivelse rollen (Lindorf,
Coppelius, Dapertutto en Dokter Mirakel) worden gebruikelijk door één
bariton gezongen. Ook de vier buffo tenorrollen (Andreas, Franz, Cochenille
en Pitichinaccio) kunnen door één komische tenor worden gezongen. |
| Duur |
|
Vier bedrijven, totale duur: ongeveer 2½
uur. |
| Muziek |
|
Hoffmanns Vertellingen is een van Offenbachs laatste
scheppingen. Het stuk behoort tot de meest gespeelde Franse opera's. Het
wemelt van bekende muziek: de studentenliederen, de coupletten over de dwerg
Klein-Zack, de coloraturen van de pop Olympia, de diamantaria van
Dapertutto, de wereldberoemde barcarolle enz. |
| Verhaal |
|
In een Berlijnse bierkelder verschijnt de Muze. Zij acht zich verwaarloosd door haar
beschermeling, de dichter Hoffmann, die een afspraak heeft met de
operazangeres Stella. Terwijl hij op de diva wacht vertelt hij aan een groep
studenten over zijn drie grote liefdes: Olympia, Antonia en Giulietta. Onder
de toehoorders bevindt zich staatsraad Lindorf, ook verliefd op La Stella.
Deze man is de belichaming van het Kwaad dat Hoffmann overal achtervolgt.
Aan elk van Hoffmanns verhalen is een akte besteed. Hoffmanns eerste liefde,
Olympia, blijkt een pop te zijn, die vernield wordt door de brillenmaker
Coppelius (=Lindorf); de tweede geliefde, de hoogbegaafde zangeres Antonia,
wordt door toedoen van de hypnotiseur Mirakel (wederom Lindorf) in de dood
gedreven; de derde, Giulietta, is een courtisane, die Hoffmann bedriegt en
van zijn spiegelbeeld berooft, daartoe aangezet door de duivelse Dapertutto
(derde incarnatie van Lindorf). Het wordt duidelijk dat Stella de som is van
Hoffmanns drie idolen. Eindelijk verschijnt de ster, maar als zij ziet dat
de dichter dronken is, vertrekt zij, aan de arm van Lindorf. Hoffmann is
echter niet verloren. De Muze - die hem in de gedaante van de student
Niklaus door alle bedrijven heen trouw heeft begeleid - ontfermt zich over
hem en doet hem inzien dat de Kunst boven de liefde gaat. |
| Kostumering |
|
Heren: studenten, deftige heren. Dames:
deftige dames, courtisanes. |




|