| Oorspronkelijke titel |
|
Les Cloches de Corneville |
| Nederlandse titel |
|
De klokken van Corneville |
| Componist |
|
Robert Planquette (1848 - 1903) |
| Tekstdichter |
|
Clairville en Ch. Gabet |
| Vertaling |
|
Joop C.G. Fransen |
| Genre |
|
Opéra-comique (komische opera) in drie
bedrijven, vier taferelen |
| Première |
|
19 april 1877, Théâtre des Folies-Dramatiques,
Parijs |
| Tijd van handeling |
|
1687 ten tijde van de regering van Lodewijk
XIV in het Normandische dorp Corneville. |
| Plaats van handeling |
|
- eerste tafereel: een bospad
tweede tafereel: marktplein van Corneville.
- Zaal in het kasteel van Corneville.
- Park bij het kasteel van Corneville.
|
| Belangrijkste rollen |
|
| Germaine |
sopraan |
| Marjolaine |
sopraan |
| Henri de Corneville |
hoge bariton |
| Grenicheux |
tenor |
| Gaspard |
bas-bariton |
| Baljuw |
bas-bariton |
|
| Kooraandeel |
|
Zeer veel koor. |
| Orkestbezetting |
|
2 fluit, 1 hobo, 2 klarinet, 1 fagot, 2
hoorn, 2 trompet, 3 trombone, pauken/ slagwerk/buisklokken, strijkers. |
| Bijzondere eisen |
|
Planquette
heeft voor dit stuk ook een ballet geschreven: La Cueillette des Pommes (De
appeloogst). Dit is apart te huur. |
| Partituur en
orkestmateriaal |
|
Leverbaar. |
| Moeilijkheidsgraad |
|
Niet moeilijk. |
| Duur |
|
Drie bedrijven, totale duur: ongeveer. 2½
uur. |
| Muziek |
|
Dit is
een van de bekendste Franse operettes. Veel bekende melodieën, zoals het
lied over de klokken van Corneville en de entreewals van de markies Henri.
Het stuk ontrolt een stroom van charmante soli, duetten en ensembles in
lichte Franse operettestijl, waarbij vaak gebruikgemaakt is van elementen
uit de Normandische volksmuziek. Hoogtepunten zijn het voorvaderenkoor en
het nummer waarin drie koren (sopranen/alten als dienstboden, tenoren als
koetsiers en bassen als knechten) eerst apart klinken en daarna worden
gecombineerd. In de eerste finale is een tambourin voorgeschreven;
dit is geen tamboerijn maar een hoge Normandische roertrommel. |
| Verhaal |
|
De jonge markies van Corneville (bariton-Martin) keert na
omzwervingen terug in zijn voorvaderlijk kasteel, waar het volgens de
dorpelingen spookt. Er volgen vele verwikkelingen: een jonge visser blijkt
niet de held te zijn waarvoor hij zich uitgeeft; een boerendeern brengt het
tot gravin, maar blijkt later toch weer heel gewoon; de spokerijen blijken
het werk te zijn van een oude vrek, die waanzinnig wordt maar later zijn
verstand hervindt, en zijn pupil, de lieftallige Germaine, blijkt ten slotte
van adel en trouwt met de nobele markies. |
| Kostumering |
|
Solisten: historisch (eind zeventiende eeuw),
koor: burgerij, matrozen en volk (Normandische stijl). |