| Oorspronkelijke titel |
|
Patience or Bunthorne's Bride |
| Nederlandse titel |
|
Patience of De bloem der
poëzie |
| Componist |
|
Arthur Sullivan (1842 - 1900) |
| Tekstdichter |
|
William S. Gilbert (1836 - 1911) |
| Vertaling |
|
Gerard Knoppers |
| Genre |
|
Komische opera in twee bedrijven. |
| Première |
|
23 april 1881, Opéra Comique, Londen. |
| Tijd van handeling |
|
Omstreeks 1880. |
| Plaats van handeling |
|
Eerste bedrijf: voor kasteel Bunthorne
Tweede bedrijf: open plaats in het bos. |
| Belangrijkste rollen |
|
| Patience |
sopraan |
| Bunthorne |
bariton |
| Grosvenor |
tenor (niet hoog) |
| Lady Jane |
alt |
|
| Kooraandeel |
|
Veel koor. |
| Orkestbezetting |
|
2 fluit, 1 hobo, 2 klarinet, 1 fagot, 2
hoorn, 2 trompet, 2 trombone, pauken en slagwerk, strijkers. |
| Bijzondere eisen |
|
Geen. |
| Partituur en orkestmateriaal |
|
Leverbaar. |
| Moeilijkheidsgraad |
|
Niet moeilijk. |
| Duur |
|
Twee bedrijven, totale duur: ongeveer 2½
uur. |
| Muziek |
|
Sullivan heeft bij dit verhaal prachtig
passende muziek geschreven, die nu eens melancholiek en verfijnd is, dan
weer hups en ongekunsteld: de tegenstellingen zijn soms bijna onthutsend.
Ook in dit werk ontbreekt niet het ensemble waarin eerst een aantal
melodieën apart klinken, die vervolgens gecombineerd worden tot één geheel.
Sullivan is zeer bedreven in deze techniek, maar in dit werk geeft hij er
een bijzondere betekenis aan: de gewone wereld en die van de
schoonheidsaanbidders zijn slechts in schijn tegenstrijdig. |
| Verhaal |
|
Twee rivaliserende dichters worden aanbeden
door een stoet van geëxalteerde dames, maar zijn beiden verliefd op een
eenvoudig boerinnetje, Patience. De ene, Bunthorne (die nogal lijkt op Oscar
Wilde), volhardt in een esthetische levenshouding, maar de andere,
Grosvenor, geeft er uiteindelijk de voorkeur aan een gewone jongen te
worden. De dames volgen dan Grosvenors voorbeeld en worden ook gewoon. De
dagelijkse werkelijkheid wordt vertegenwoordigd door de zeer aardse huzaren,
die van al dat geëxalteerde gedoe niets begrijpen. Eén van de grappigste
scènes is die waarin ook zij proberen esthetisch te worden om bij de dames
opnieuw in de gunst te raken. Deze veranderingen van gewoon naar ongewoon en
omgekeerd doen het leuk op het toneel.
Bij alle wisselingen blijft Patience in wezen zichzelf, haar lukt het domweg
niet anders te worden dan ze is, al voelt ze zich verplicht het te proberen.
Zij krijgt dan ook de aardigste man. De dames stellen zich tevreden met de
eens zo verachte huzaren. De lelijkste dame slaat nog even een hertog aan de
haak. Ten slotte danst ieder gelukkig verloofd heen, behalve Bunthorne. Hij
blijft alleen en troost zich met de lelie uit zijn knoopsgat: de bloem der
poëzie en symbool van het estheticisme. |
| Kostumering |
|
Heren: huzarenuniformen; dames: esthetische
gewaden. |