| Oorspronkelijke titel |
|
Le Roi Carotte |
| Nederlandse titel |
|
Koning Wortel
(of: De wortel aan de macht) |
| Componist |
|
Jacques Offenbach (1819 - 1880) |
| Tekstdichter |
|
Victorien Sardou (1831 - 1908) |
| Vertaling |
|
Joop C.G. Fransen |
| Genre |
|
Opérette-féerie (komische opera) in drie
bedrijven (elf taferelen). |
| Première |
|
15 januari 1872, Théâtre de la Gaîté, Parijs. |
| Tijd van handeling |
|
Het stuk speelt in de negentiende eeuw. |
| Plaats van handeling |
|
- eerste tafereel: voor een herberg, buiten de stadsmuren
tweede tafereel: in een torenkamer
derde tafereel: in het koninklijk paleis, of in de paleistuin
- eerste tafereel: werkkamer van de tovenaar Quiribibi
tweede tafereel: de ruïnen van Pompeji
derde tafereel: Pompeji vóór de uitbarsting van de Vesuvius
vierde tafereel: in het koninklijk paleis
vijfde tafereel: in het rijk der insecten
- eerste tafereel: in het koninklijk paleis
tweede tafereel: marktplein
derde tafereel: paleis.
|
| Belangrijkste rollen |
|
| Frivolinus XXIV |
tenor of hoge bariton |
| Truc |
bas-bariton (komisch) |
| Pipertrunck |
komische bas |
| Baron Koffre |
tenor (II) |
| Trac |
tenor (I) |
| Robin-Luron |
mezzosopraan (travestie) |
| Prinses Kunigonda |
mezzosopraan |
| Rosée-du-Soir |
coloratuursopraan |
| Koning Wortel |
komische tenor |
|
| Kooraandeel |
|
Veel koor. |
| Orkestbezetting |
|
2 fluit, 2 hobo, 2 klarinet, 2 fagot, 2
hoorn, 2 trompet, 3 trombone, pauken en slagwerk, grote trom, strijkers. |
| Bijzondere eisen |
|
Een militaire fanfare op het toneel (kan ook worden
weggelaten).. |
| Partituur en orkestmateriaal |
|
Leverbaar. |
| Moeilijkheidsgraad |
|
Niet moeilijk. |
| Duur |
|
Drie bedrijven, totale duur: ongeveer.2½
uur. |
| Muziek |
|
Deze bizarre opera is vooral de moeite van uitvoering waard
wegens de hoge kwaliteit van Offenbachs muziek. Hoogtepunten zijn natuurlijk
de finales: in de eerste is een niesbui op muziek gezet, gevolgd door de
opkomst van een koor van rapen en knollen; de tweede heeft een fantastisch
koornummer van mieren en vele andere insecten; in de derde wordt een
complete revolutie verklankt. Dan is er de dromerige aria van Rosée du Soir,
het gedragen Pompeji-kwartet, en het geestige nummer voor soli en koor over
de spoorwegen. Het revolutiekoor heeft de kracht van een echte Schlager. |
| Verhaal |
|
Met de hoofdfiguur, de loszinnige erfvorst
Frivolinus, werd duidelijk op keizer Napoleon III gemikt. De losbol komt ten
val (vooruitziende blik van Sardou!) en wordt opgevolgd door een tot leven
gewekte wortel en zijn lompe hofhouding van rapen en knollen, waarmee de
radicalen (radix= wortel) werden bedoeld. Onder leiding van een goede genius
reist de verbannen vorst door ruimte en tijd, bezoekt het Pompeji van voor
de uitbarsting van de Vesuvius, en leert bij de mieren wat hard werken is.
Intussen is het regime van de weerzinwekkende wortel honderd maal erger
gebleken dan dat van zijn voorganger. Na een revolutie herkrijgt de balling
zijn troon en verdwijnen de wortel en zijn plantaardige kliek weer in de
grond. |
| Kostumering |
|
Dames: burgeressen, meisjes van de studenten, hofdames, enz.
Heren: burgers, studenten, hovelingen, soldaten, enz.
Verder voor koor, soli en figuratie: Romeinse kleding (Pompeji), knollen en
rapen, insecten enz. |
| Opmerkingen |
|
Het stuk is in alle opzichten extravagant: 11 taferelen,
tientallen rollen, grote orkestbezetting, overdadige kostumering enz. Het is
daarom alleen geschikt voor zeer grote gezelschappen, en/of als
jubileumproductie. Het aantrekken van ballet en/of veel figuratie is
aanbevolen. Maar als men niet opziet tegen organisatorische rompslomp, dan
wordt men beloond met een zowel voor publiek als spelers zeer spectaculaire
politiek-satirische muziektheater-productie. |