| Oorspronkelijke titel |
|
Pan y toros |
| Nederlandse titel |
|
Brood en
spelen |
| Componist |
|
Francisco Asenjo Barbieri (1823-1894) |
| Tekstdichter |
|
José Picón
García (1829-1873) |
| Vertaling |
|
Joop C.G. Fransen |
| Genre |
|
Zarzuela (Spaanse operette) in drie bedrijven |
| Première |
|
22-12-1864, Madrid, Teatro de la Zarzuela |
| Tijd van handeling |
|
Voorjaar 1794. |
| Plaats van handeling |
|
- Rivieroever in Madrid
- Een straat in Madrid
- Paleiszaal
|
| Belangrijkste rollen |
|
| De prinses van Luzán |
(mezzo)sopraan |
| Doña Pepita |
sopraan |
| La Tirana |
alt of mezzo |
| Kapitein Peñaranda |
bariton |
| Goya |
bas/bariton |
| De abt Ciruela |
tenor |
| Corregidor |
bariton |
| Pepe-Hillo, stierenvechter |
tenor |
|
| Kooraandeel |
|
Flink. |
| Orkestbezetting |
|
fluit,
piccolo, 2 hobo, 2 klarinet, 2 fagot, 2
hoorn, 2 trompet, 3 trombone, pauken, slagwerk, harp, strijkers |
| Bijzondere eisen |
|
Tokkelorkest
in het eerste bedrijf; 1 fagot op het toneel;
1 jongenssopraan; kinderkoor
(kan door dames worden gezongen). |
| Partituur en
orkestmateriaal |
|
Leverbaar. |
| Moeilijkheidsgraad |
|
Aan sommige
solisten worden hoge eisen gesteld. Voor het koor is het stuk niet moeilijk. |
| Duur |
|
Ca. 2½ uur, inclusief pauze. |
| Muziek |
|
Pan y toros
wordt beschouwd als een hoogtepunt uit het Spaanse repertoire. Het stuk
bevat de unieke klanken van de rondalla, de bolero, de seguidilla enz.
Geniaal is de wijze waarop de componist met zijn harmoniek en instrumentatie
de Spaanse en de meer opera-achtige gedeelten naadloos op elkaar doet
aansluiten. |
| Verhaal |
|
Het libretto
vertoont alle kenmerken van het negentiende-eeuwse operarepertoire.Gelukkig
heeft de tekstschrijver ook de humor een ruime plaats gegund. Het zijn
vooral de wereldse abt Ciruela, zijn vriendin de actrice La Tirana en de
drie stierenvechters die voor de komische momenten mogen zorgen. Ook is het
aangenaam dat er naast de edele figuren (Goya, het liefdespaar) ruime
aandacht is voor de slechtaards. Het kwaad is nu eenmaal altijd
interessanter dan de deugd. Daar is de huichelachtige monnik met de
voetafdruk van Jezus, de blinde bedelaar die niet blind is, de corrupte
districtsbestuurder en de onbekwame generaal; en vooral de persoon van de
intrigante doña Pepita (maîtresse van premier Godoy), een prachtig loeder. |
| Kostumering |
|
Volk,
geüniformeerden, deftige dames en heren. |
| Opmerkingen |
|
Een kleurrijke Spaanse operette; zeer de moeite
waard. Ook heel geschikt voor amateurgezelschappen. |